← Terug naar de les

Lichamelijke Opvoeding · Griendencollege

Softbal — Spelregels

Alle belangrijke regels uit de lessen op één plek. Handig om terug te lezen voordat je het veld op gaat!

Hoofdstuk 1

De teams

Bij softbal spelen twee teams tegen elkaar. Het ene team valt aan en probeert punten te scoren. Het andere team verdedigt en probeert de aanvallers uit te maken.

Het aanvallende team

De aanvallers slaan om de beurt de bal en proberen daarna langs de honken te lopen. Alleen het aanvallende team kan punten scoren.

Het verdedigende team

De verdedigers staan verspreid over het veld. Ze proberen de bal te vangen, naar elkaar te gooien en de lopers uit te maken.

Wisselen van taak

Wanneer de verdediging drie aanvallers heeft uitgemaakt, wisselen de teams van taak. De aanvallers gaan verdedigen en de verdedigers gaan slaan.

Hoofdstuk 2

Het speelveld

Het softbalveld heeft vier honken. Je loopt van de thuisplaat via het eerste, tweede en derde honk terug naar de thuisplaat.

De vier honken

De volgorde is: thuisplaat → eerste honk → tweede honk → derde honk → thuisplaat. Een aanvaller die deze ronde geldig afmaakt, scoort één punt.

Het binnenveld

In het binnenveld liggen de honken. Hier staan onder andere de honkspelers, korte stop en werper.

Het buitenveld

De buitenvelders proberen ballen te vangen die verder het veld in worden geslagen. Ze gooien de bal terug naar het binnenveld.

De werper en achtervanger

De werper gooit de bal richting de slagman. De achtervanger staat achter de slagman en vangt ballen die niet worden geraakt.

Hoofdstuk 3

Slaan en honklopen

Als jouw team aanvalt, probeer je de bal te slaan, veilig de honken te bereiken en uiteindelijk een punt te scoren.

Slaan

De slagman probeert de geworpen bal het speelveld in te slaan. Na een geldige slag kan de slagman naar het eerste honk lopen.

Naar het eerste honk

Na een geldige slag probeer je het eerste honk te bereiken voordat de verdediging je kan uitmaken.

Verder honklopen

Vanaf het eerste honk kun je via het tweede en derde honk verder lopen. Let steeds op waar de bal is en of je veilig kunt lopen.

Veilig op een honk

Een loper die een honk veilig bereikt, mag daar blijven staan. Een loper is niet automatisch uit wanneer een verdediger de bal vasthoudt.

Een punt scoren

Je scoort één punt als je alle honken in de juiste volgorde passeert en geldig terugkomt op de thuisplaat.

Hoofdstuk 4

Verdedigen en uitmaken

De verdediging probeert drie aanvallers uit te maken. Dat kan op verschillende manieren. Vooral het verschil tussen branden en tikken is belangrijk.

1. Vangbal

Een verdediger vangt een geslagen bal voordat deze de grond raakt. De slagman is dan uit.

Voorbeeld

Voorbeeld: je slaat de bal hoog het veld in en een buitenvelder vangt hem rechtstreeks uit de lucht.

2. Branden op het eerste honk

Wanneer de slagman naar het eerste honk moet lopen, kan de verdediging hem uitmaken door de bal op tijd naar een verdediger op het eerste honk te brengen. Die verdediger moet de bal onder controle hebben en het honk raken voordat de slagman aankomt.

Voorbeeld

Voorbeeld: de korte stop pakt een grondbal en gooit naar de eerste honkman. De bal is eerder bij het honk dan de slagman: UIT!

3. Tikken

Een verdediger kan een loper die niet veilig op een honk staat uitmaken door hem met de bal in de hand of handschoen aan te tikken. Alleen een loper met een lege handschoen aanraken is niet genoeg.

Voorbeeld

Voorbeeld: een loper probeert van het tweede naar het derde honk te komen. De korte stop tikt de loper met de bal voordat hij veilig het honk bereikt: UIT!

4. Gedwongen loop

Een loper moet soms verplicht naar het volgende honk, omdat een andere aanvaller het honk achter hem moet bereiken. De verdediging kan zo'n gedwongen loper uitmaken door met de bal het honk te raken waar de loper naartoe moet, voordat de loper daar aankomt.

Voorbeeld

Voorbeeld: er staat een loper op het eerste honk en de slagman slaat een grondbal. De slagman moet naar het eerste honk, dus de loper op het eerste moet naar het tweede. De verdediging kan de loper uitmaken door op tijd met de bal het tweede honk te raken.

5. Wanneer is lopen niet gedwongen?

Staat er alleen een loper op het tweede honk en is het eerste honk leeg? Dan hoeft die loper niet automatisch naar het derde honk. Als de loper toch gaat, kan de verdediging hem onderweg uitmaken door te tikken. Alleen het derde honk met de bal raken is dan niet voldoende.

Voorbeeld

Onthoud: moet je verplicht lopen? Dan kan de verdediging vaak branden. Kies je zelf om te lopen? Dan moet de verdediging je meestal tikken.

Drie uit = wisselen

Na drie uit stopt de slagbeurt van het aanvallende team. De teams wisselen van rol.

Hoofdstuk 5

De belangrijkste spelregels

De werper probeert een goede bal richting de slagman te gooien. De slagman beslist of hij probeert te slaan. Daarbij horen regels voor slag, wijd en foutbal.

De slagzone

De slagzone is het gebied boven de thuisplaat waar een goed geworpen bal doorheen moet gaan. De precieze hoogte van de slagzone hangt af van de slagman en de gebruikte spelregels.

Slag (strike)

Een slag kan worden geteld wanneer de slagman naar een worp zwaait en mist, of wanneer een niet-aangeraakte worp door de slagzone gaat. Ook een foutbal kan onder bepaalde omstandigheden als slag tellen.

Wijd (ball)

Een worp buiten de slagzone telt als wijd wanneer de slagman er niet naar zwaait.

Vier wijd

Bij vier wijdballen mag de slagman naar het eerste honk. Dat heet vier wijd. Als er lopers verplicht moeten opschuiven om ruimte te maken, schuiven zij ook op.

Foutbal

Een geslagen bal die buiten het geldige speelgebied terechtkomt, kan een foutbal zijn. Een foutbal telt meestal als slag zolang de slagman nog geen twee slag heeft. Met een gewone foutbal wordt doorgaans geen derde slag geteld.

Veilig spelen

Veiligheid is belangrijker dan een punt scoren. Houd je aan de afspraken en stop direct als de docent dat aangeeft.

Hoofdstuk 6

Het wedstrijdverloop

Een softbalwedstrijd bestaat uit slagbeurten en innings. De teams proberen tijdens hun aanval zoveel mogelijk punten te scoren.

Drie uit

Een team blijft aanvallen totdat er drie aanvallers uit zijn. Daarna wisselen de teams van aanval en verdediging.

Wat is een inning?

Een inning bestaat uit twee halve innings: beide teams krijgen één keer de kans om aan te vallen. Nadat beide teams hun slagbeurt hebben gehad, is één inning voorbij.

Punten bijhouden

Een team krijgt één punt voor iedere loper die geldig terugkeert op de thuisplaat nadat alle honken zijn gepasseerd.

Wie wint?

Aan het einde van de wedstrijd wint het team met de meeste punten. Bij een gelijke stand gelden de afspraken van de wedstrijd of gymles.

De 6 veiligheidsregels

Deze afspraken gelden altijd tijdens het spelen.

  1. 1Leg de knuppel neer na het slaan. Gooi hem nooit weg.
  2. 2Kijk waar de bal heen gaat.
  3. 3Sta klaar en let goed op het spel.
  4. 4Houd voldoende afstand van de slagman en andere spelers.
  5. 5Gooi pas wanneer de ander kijkt en klaarstaat om te vangen.
  6. 6Stop direct als er gevaar ontstaat.

Klaar om te spelen?

Bekijk de animaties nog eens of ga samen het veld op.

← Terug naar de lessen

Let op: tijdens de gymles kunnen aangepaste spelregels gelden. Volg altijd de afspraken van je docent.